"FR Accountancy zorgt dat er
achteraf geen verrassingen zijn"

Nieuws

  • 09-11-2018 // Familielening eigen woning: rente 9%

    Een jong stel bewoont een eigen woning die op naam staat van de man. Voor de aankoop heeft hij in 2015 van zijn ouders een annuïteitenlening van € 271.556 gekregen met een looptijd van 30 jaar. De rente is 9% en staat voor 15 jaar vast. Er zijn geen zekerheden gesteld. De Belastingdienst corrigeert de renteaftrek naar een rente van 4,5% en constateert een schenking van het meerdere aan de ouders.

    Partijen gaan naar de rechtbank. Daar legt de Belastingdienst documentatie voor over de hoogte van een zakelijk rentepercentage. Daaruit blijkt volgens de rechtbank dat ten tijde van het afsluiten van de geldlening een rentepercentage in de bandbreedte van rond de 3% gangbaar was voor een lening met zekerheidsstelling en een rentevaste periode van 15 jaar.

    Het ontbreken van zekerheid rechtvaardigt echter in het algemeen een hoger rentepercentage, omdat de geldverstrekker een hoger risico loopt. Op basis van hetgeen in de zitting naar voren komt, oordeelt de rechtbank dat in dit geval geen sprake is van een substantieel risico dat de zoon zijn betaalverplichtingen niet na zou kunnen komen. De rechtbank ziet geen zakelijke rechtvaardiging voor het hanteren van het extreem hoge rentepercentage van 9%.

    Rekening houdend met de omstandigheid dat de geldlening van de zoon niet door zekerheid is gedekt, is de Belastingdienst uitgegaan van een rentepercentage van 4,5%. Dat vindt de rechtbank redelijk.

    Tip: De familielening voor aankoop van een eigen woning is terecht zeer populair. Ouders behalen een hoger rendement dan wanneer ze hun spaargeld op de bank laten staan. Voor de kinderen is sprake van een eigenwoninglening met aftrekbare rente. De rente en overige voorwaarden van de lening dienen wel zakelijk te zijn.  

  • 09-11-2018 // Loon onderdeel van winst uit onderneming?

    Een saxofonist is beroepsmusicus en als zodanig fiscaal ondernemer. Hij geeft saxofoonlessen als vrije beroepsbeoefenaar, maar ook in loondienst. Hij vindt dat zijn looninkomsten deel uitmaken van zijn winst uit onderneming als beroepsmusicus. De in loondienst gewerkte uren tellen daarom mee voor het urencriterium in verband met de ondernemersfaciliteiten. De Belastingdienst denkt hier anders over.

    De rechtbank geeft een oordeel. Er is hier sprake van de wettelijk vereiste nauwe samenhang tussen de werkzaamheden als ondernemer zelfstandige en in loondienst. Als de werkzaamheden in loondienst bijkomstig zijn ten opzichte van de werkzaamheden in het kader van de onderneming, heeft de saxofonist gelijk. Financieel gezien zijn de inkomsten echter nagenoeg gelijkelijk verdeeld tussen loon en winst. Ook de tijdsbesteding van de loonwerkzaamheden is ondergeschikt aan die als freelancer. Daarom stelt de rechter de Belastingdienst in het gelijk.

    Tip: Is er samenhang tussen uw werkzaamheden als ondernemer en in loondienst? Dan gaan de inkomsten uit loondienst op in uw winst uit onderneming als de loonwerkzaamheden bijkomstig zijn.

  • 09-11-2018 // Overwerk tijd-voor-tijd compenseren in 2019

    Sinds 1 januari 2018 moeten werknemers over het totaal aantal gewerkte uren minstens het geldende minimumloon ontvangen. Met ingang van 1 januari 2019 is compensatie van over- of meerwerk in betaalde vrije tijd (tijd-voor-tijd) alleen nog maar mogelijk als dat in een cao is vastgelegd. Er zijn uitzonderingen. Wanneer is tijd-voor-tijd toegestaan, ook zonder cao?

    Als een werknemer per maand krijgt betaald, dan is compensatie voor de overuren in vrije tijd binnen de maand waarin de overuren zijn ontstaan nog steeds mogelijk. Het recht op minimumloon geldt immers per betalingsperiode.

    Krijgt een werknemer meer betaald dan het minimumloon, dan is tijd-voor-tijd ook in 2019 mogelijk, als de werknemer over alle uren bij elkaar opgeteld ten minste het minimumloon ontvangt. Het recht op het minimumloon geldt immers voor alle uren tezamen.

    Tip: Als uw bedrijf geen cao heeft, kunt u snel berekenen of u ook in 2019 nog tijd-voor-tijd mag compenseren. Verdient een werknemer bijvoorbeeld 15 procent meer dan het minimumloon, dan kan hij tot die 15 procent meer werken dan de overeengekomen arbeidsduur, zonder dat u daar compensatie in geld voor hoeft te geven.

  • 09-11-2018 // Werknemer eist kopie volledig personeelsdossier

    Werknemer en werkgever gaan uit elkaar. Er loopt een mediationtraject. In dat kader eist de werknemer op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) een kopie van zijn complete personeelsdossier. De werkgever weigert omdat de werknemer deze stukken al heeft dan wel er mee bekend is. Hoe loopt dit af?

    De rechtbank wijst op het transparantiebeginsel in de AVG: iedereen moet in de gelegenheid zijn om de persoonsgegevens die over hem zijn verzameld, in te zien, en om dat recht eenvoudig en met redelijke tussenpozen uit te oefenen, zodat hij zich van de verwerking op de hoogte kan stellen en de rechtmatigheid daarvan kan controleren. Betrokkenen hebben dan ook het recht op inzage en op een kopie van de persoonsgegevens zonder daaraan andere beperkingen te verbinden dan de rechten en vrijheden van anderen. De informatie moet in ieder geval binnen een maand na ontvangst van het verzoek worden verstrekt.  

    De wet noemt enkele bijzondere uitzonderingen op het voorgaande. Dat een werknemer al over de stukken beschikt of er bekend mee zou moeten zijn, vormt echter geen wettelijke uitzondering. Hij mag dus ook om een kopie vragen van stukken die al eens eerder zijn verstrekt.  

    De rechtbank beslist dat de werkgever binnen drie werkdagen na het vonnis een kopie van alle stukken waarin persoonsgegevens van de werknemer zijn verwerkt aan de werknemer moet overhandigen. Gebeurt dit niet dan volgt een dwangsom van € 500 euro per dag dat de werkgever hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000. 

    Let op: Op basis van de AVG dient u als werkgever dus het volledige personeelsdossier aan de werknemer ter beschikking te stellen. En dat binnen een maand na een verzoek daartoe. Dat u dat al eerder hebt gedaan, is geen argument om niet aan een volgend verzoek  gehoor te geven.

  • 26-10-2018 // Doorschuiven inkomsten naar BV kinderen

    Een ondernemer verkoopt de aandelen in zijn assurantiekantoor en verhuurt daarna het bedrijfspand aan de overnemer. Hij wordt adviseur en stuurt daarvoor maandelijks een rekening aan het bedrijf. Na een jaar spreekt hij met het assurantiekantoor af dat de facturen voor de advieswerkzaamheden deels van hem en deels van een BV van zijn kinderen gaan komen. Dan stelt de Belastingdienst een boekenonderzoek in.

    Bij het onderzoek wordt vastgesteld dat de BV van de kinderen geen contractuele relatie heeft met het assurantiekantoor en er ook geen advieswerkzaamheden voor heeft verricht. De ex-ondernemer heeft de werkzaamheden zelf verricht en slechts met het assurantiekantoor afgesproken dat een deel van de vergoeding aan de BV van de kinderen zou worden betaald. Fiscaal wordt deze vergoeding daarom rechtstreeks aan de ex-ondernemer toegerekend en alsnog bij hem belast met inkomstenbelasting als resultaat uit overige werkzaamheden.

    De rechter komt eraan te pas. Deze oordeelt dat inderdaad niet was afgesproken dat de BV van de kinderen een adviseursrol zou krijgen en voor de invulling daarvan de ex-ondernemer zou inzetten. De vergoeding voor de door de ex-ondernemer verrichte werkzaamheden heeft hij daarom fiscaal zelf genoten. Het is daarvoor niet van belang dat hij heeft afgesproken dat het assurantiekantoor zijn vergoeding deels aan een ander betaalt. De werkzaamheden die hij verrichtte zijn zozeer verknocht met zijn persoon, dat hetgeen uit de werkzaamheden voortvloeide enkel hem aanging. Fiscaal gebeuren er bij betaling van de vergoeding twee dingen: de ex -ondernemer ontvangt zijn vergoeding en schenkt deze aan de BV van de kinderen.

    Let op: U kunt dus fiscaal belast inkomen uit werkzaamheden genieten, dat u niet in geld ontvangt, maar al hebt weggeschonken voordat u het ontvangt.